Abuse in dutch

Translation: abuse, Dictionary: english » dutch

misbruiken, misbruik, gescheld, mishandelen, beledigen, affronteren, krenken, uitschelden
abuse in dutch

Related words

Other Languages

Related words

abuse language dictionary dutch, child abuse, substance abuse, substance, drug abuse, sexual abuse, abuse in dutch

Translations

abundant in dutch - volop, rijkelijk, welig, abundant, rijk, copieus, weelderig, overvloedig, ...
abundantly in dutch - ruimschoots, rijkelijk
abused in dutch - misbruikt, misbruikte, mishandeld, misbruik, misbruik van
abuser in dutch - misbruiker, dader, mishandelaar
taming in dutch - temmen, taming, bedwingen, het temmen, het temmen van

Random words


Abuse in dutch - Dictionary: english » dutch
Translations: misbruiken, misbruik, gescheld, mishandelen, beledigen, affronteren, krenken, uitschelden