Selfhood in dutch

Translation: selfhood, Dictionary: english » dutch

persoonlijkheid, zelfheid, zelfzucht, individualiteit, eigenheid
selfhood in dutch

Other Languages

Translations

predicate in german - satzaussage, aussage
self-will in dutch - eigenzinnigheid, eigen wil, de eigen wil, eigenwijsheid
self-willed in dutch - eigenzinnig, eigenzinnige, eigenwijs, eigenwijze, eigenwillig
selfish in dutch - egoïstisch, zelfzuchtig, zelfzuchtige, egoïstische
selfishly in dutch - zelfzuchtig, egoïstisch, krachtsproces, zelfzuchtige

Random words


Selfhood in dutch - Dictionary: english » dutch
Translations: persoonlijkheid, zelfheid, zelfzucht, individualiteit, eigenheid