Šokēt in het nederlands

Vertaling: šokēt, Woordenboek: lets » nederlands

verontwaardiging, affronteren, schudden, kwetsen, beledigen, choqueren, schokken, krenken, opschudden
šokēt in het nederlands

Extra vertalingen: šokēt

schok, schokken, shock, schok te, schokken te

Verwante woorden

Vertalingen

šokolāde in het nederlands - chocolade, chocola, chocolate, chocolademelk, chocolade-
šoks in het nederlands - schok, schokken, shock, schok te, schokken te, kwetsen, choqueren, ...
šoneris in het nederlands - schoener, schooner, van schooner, de schoener
štats in het nederlands - staat, toestand, state, stand, status, faculteit, staf, personeel

Willekeurige woorden

Willekeurige woorden (nederlands/engels)


Šokēt in het nederlands - Woordenboek: lets » nederlands
Vertalingen: verontwaardiging, affronteren, schudden, kwetsen, beledigen, choqueren, schokken, krenken, opschudden, schok, schokken, shock, schok te, schokken te