Zwak in het engels

Vertaling: zwak, Woordenboek: nederlands » engels

lightly, delicate, weak, faint, weakly, feeble, frail, fragile, flimsy
zwak in het engels

Extra vertalingen: zwak

weak, weakly, faint, feeble, frail

Verwante woorden

Andere Talen

Synoniemen & Vertalingen: zwak

weak
  • zwak
  • week
  • wekelijk
  • slap
  • krachteloos
  • niet op volle sterkte

weakly
  • zwak
  • ziekelijk

feeble
  • zwak
  • krachteloos

forceless
  • zwak
  • machteloos

delicate
  • delicaat
  • gevoelig
  • fijn
  • keurig
  • uitgezocht
  • zwak

puny
  • nietig
  • klein
  • zwak

fragile
  • breekbaar
  • broos
  • zwak
  • teer

faint
  • flauw
  • zwak
  • dof

frail
  • zwak
  • teer
  • bros

infirm
  • zwak
  • ziekelijk
  • gebrekkig
  • onvast
  • onzeker
  • weifelend

shaky
  • wankel
  • beverig
  • onzeker
  • beefachtig
  • onvast
  • zwak

shabby
  • kaal
  • haveloos
  • schraal
  • armzalig
  • pover
  • zwak

enervate
  • slap
  • zwak

nerveless
  • slap
  • zwak

languid
  • loom
  • lusteloos
  • kwijnend
  • traag
  • mat
  • zwak

mild
  • mild
  • licht
  • zacht
  • zoel
  • zachtwerkend
  • zwak

dickey
  • zwak
  • slap

dicky
  • front
  • zwak
  • krachteloos

flimsy
  • dun
  • ondeugdelijk
  • nietig
  • zwak
  • armzalig
  • licht

cobweb
  • hersenschimmig
  • ragfijn
  • broos
  • teer
  • zwak

Verwante woorden: zwak

zwak talen woordenboek engels, zwak synoniem, zwak zuur, zwak werkwoord, zwak auditief geheugen, zwak wifi signaal, zwak in het engels

Vertalingen

uitscheiden in het engels - excrete, stop, secrete, secreting, excretion, cease
zwachtel in het engels - bandage, swathe, bandages
zwadder in het engels - poison
zwakheid in het engels - weakness, frailty, feebleness, weaknesses, failing
zwakhoofd in het engels - weak, weakly, faint, feeble, poor, retard, idiot

Willekeurige woorden

Willekeurige woorden (nederlands/engels)


Zwak in het engels - Woordenboek: nederlands » engels
Vertalingen: lightly, delicate, weak, faint, weakly, feeble, frail, fragile, flimsy, weak, weakly, faint, feeble, frail